|
Trainen voor de triatlon. Augustus 2002 Twee jaar geleden besloot ik me op te geven voor de triatlon in Vaassen. In een periode van veel zelfdiscipline had ik veelvuldig met mijn teefje Lalou in het bos achter ons huis hardgelopen. Ook van fietsen was het vaak gekomen en Lalou had regelmatig in het water gelegen om dummy’s binnen te halen. We waren in prima conditie! Het enige wat nog aan onze training ontbrak was het samen zwemmen.De tijd begon te dringen. Het was inmiddels de zaterdag voor de triatlon. Nog steeds wist ik niet of ik samen met Lalou het water in kon zonder volledig getatoeëerd door haar nagels er weer uit te komen. Er moest die dag geoefend worden, maar waar? De ijsbaan in ons dorp zou heel geschikt kunnen zijn. Ik zou me echter zeer bekeken voelen door mijn dorpsgenoten die mijn zwempartij met hond ongetwijfeld zouden rangschikken in de categorie “Onbegrijpelijke Stadse Fratsen”. Mijn voorkeur ging uit naar een stil watertje diep in het bos waar ik lekker anoniem met Lalou zou kunnen trainen. Mijn man Tom wist er wel één. Kort daarvoor had hij deelgenomen aan een nachtelijke survivaltocht waarbij hij over een prachtig diep bosmeer had moeten varen. Hij bekeek de kaart en stelde vast waar we naar toe moesten. Na een ritje met de auto en een fikse boswandeling bereikten we mijn zwemwatertje. Ik raapte mijn moed bij elkaar, hing mijn kleren in een boom en stapte in badpak het water in. Onmiddellijk zakte ik tot mijn knieën weg in de modder. “Je moet verder het meer in, in het midden is het wčl diep!” verkondigde Tom stellig. Lalou en ik ploeterden verder, tot midden in de grote plas Lalou tot haar oren en ik tot voorbij mijn middel in de slappe drek vastgezogen zaten. “Je moet op je buik, gewoon zwemmen!” riep Tom vanaf de kant. Ik probeerde het; het was hopeloos. Dit was geen zwemmen, dit was een moddergevecht! Plotseling kon ik mij voorstellen hoe het moet zijn als je leven eindigt in een zompig moeras. Met moeite bereikten Lalou en ik al zwoegend en vechtend tegen de zuigende werking van de modderige bodem de oever waar we begonnen waren. We moeten er vreselijk uitgezien hebben.Boos was ik; razend. Tom durfde niet te lachen, wetende dat ik op dat moment gaarne bereid zou zijn tot het plegen van een moord. Ik schraapte met een handdoek de modder van me af en hees me in mijn korte broek en t-shirt. Thuis gekomen was de douche heerlijk. Toen ik weer schoon en enigszins gekalmeerd de huiskamer inkwam, zat Tom hevig te studeren op de kaart van Drenthe. Hij kon het niet verdragen dat hij zich zó vergist had in de locatie. Hij besloot op eigen houtje op onderzoek uit te gaan. Toen hij na een uurtje terugkeerde riep hij stralend: “Nu weet ik waar het is! ”Ik besloot nog één poging te wagen. Opnieuw togen we naar de boswachterij van een nabijgelegen dorp. We parkeerden de auto in een rustig straatje, waar plotseling een fikse Weimaraner reu over een tuinomheining sprong en Lalou hevig grauwend naar de keel vloog. Ik gaf hem een flinke kaakstoot waarna hij gelukkig niet gewond, maar wel beduusd afdroop. Na een nieuwe wandeling bereikten we het “echte” ven. Nu moest het gebeuren. Dat er een paar asielzoekers stonden te vissen kon me allang niet meer deren. Dit was het moment.Lalou en ik lieten ons in het heerlijke, frisse, schone water glijden en zwommen probleemloos het hele meer rond. Geen krasje liep ik op, Lalou bleek een voorbeeldige meezwemmer te zijn. Net zo gesmeerd ging het de volgende dag, bij de triatlon in Vaassen. Ik denk dat ik me dit jaar maar weer eens opgeef, deze keer met Flynn. Ik weet nu waar ik moet trainen. |