|
Jagersbloed Mei 2003 In mijn herinnering stond er vroeger bij ons thuis een zilveren lijstje op de schoorsteenmantel met daarin een ietwat vergeelde zwart-wit foto van de opa die ik nooit gekend heb. Gehuld in jagerstenue, nonchalant leunend op een boomstronk, het geweer losjes aan de schouder. Een jachthond was er niet bij, van mijn moeder begreep ik dat hij zich die nooit had kunnen veroorloven…..Als kind kon ik geen sympathie voelen voor het feit dat mijn grootvader tijdens zijn leven veel konijnen, hazen en fazanten van het leven beroofd moet hebben. Het kleine meisje dat ik was, wilde dieren redden en verzorgen; doodmaken kwam niet in mijn woordenboekje voor. Ik bracht in die tijd, tot wanhoop van mijn moeder, regelmatig zwerfkatten, blote babyvogeltjes, aangereden padden en uitgeputte duiven thuis, die ik met wisselend succes verpleegde. Met mijn vriendinnetjes richtte ik “dierenclubjes” op, liet ik andermans honden uit en droomde van een ander leven, ver van de grote stad, met veel paarden, honden en katten om mij heen.Als ik hierop terugkijk, bedenk ik dat die droom is uitgekomen. Maar er is wel iets veranderd. De onderste la van onze vriezer is tegenwoordig gevuld met dode eenden en konijnen. Verkeersslachtoffers die meegaan in de dummytas als ik met mijn trainingsmaatje Greet en onze labradors het bos in ga. Mijn dochter van veertien, al jaren lid van “Kids for animals” en sinds enige tijd overtuigd vegetariër, vervult dit met weerzin. “Mam, dit is walgelijk, wat ben jij ziek in je kop”, gaf ze me pas als commentaar toen ik, onderweg naar de tandarts, de auto in de berm parkeerde om een dode, puntgave eend op te rapen. Nog altijd kan ik me niet voorstellen dat iemand voor zijn plezier zijn geweer richt op een prachtige haas die het veld oversteekt of een fazant die luid kakelend uit het struikgewas opstijgt. Levend en wel zie ik ze het allerliefst. Maar de trots die ik voel als mijn hond over water gaat en even later met een eend in de bek terug komt zwemmen….. De blijdschap als hij een konijn keurig apporteert……Mijn stappen op het jagerspad zijn nog maar pril. Misschien komt het ooit zo ver dat ik eens mee ga op een jachtpartij. Zo ver is het nu nog niet.... Maar als er een hiernamaals bestaat, dan hoop ik dat mijn grootvader enigszins geamuseerd mijn escapades volgt en misschien zelfs denkt: “Had ik in mijn tijd maar één van jouw honden gehad….” |