Schooljuf of Pitbull?            November 2003

Na dagen van regen kan ik eindelijk weer eens zonder regenpak en beslagen bril door het bos lopen met mijn honden. Er schijnt een mager zonnetje door de prachtig verkleurde bladeren en de wind waait fris in mijn gezicht. Heerlijk! 

Bij mijn vertrek van huis heb ik in mijn haast om buiten te komen maar vier lijntjes kunnen vinden voor mijn van ongeduld om elkaar heen springende vijftal. In de wetenschap dat het een zeldzaamheid is wandelaars of landbouwverkeer tegen te komen, heb ik besloten hier geen punt van te maken en heb de deur achter mij dichtgetrokken.

Na een half uur doorstappen en uitwaaien hoor ik plotseling een stem uit het bos komen. “Ho, ho! Terug! Terug!” klinkt het. Ik verwacht, als ik de bocht omkom, een ruiter met paard aan te treffen, maar kom tot de ontdekking dat een meneer met zijn dochtertje en gevlekt, gecoupeerd bastaardhondje over het bospad aan komt wandelen. Bij de aanblik van mijn Labradors maakt het beestje onmiddellijk rechtsomkeert en zet het op een lopen. Mijn honden willen de achtervolging inzetten, maar komen gelukkig terug als ik fluit. Ik laat ze zitten en lijn er vier aan. Raisa kan wel even los blijven, besluit ik. Zij is tenslotte de oudste en rustigste van het stel.

Ik blijf met mijn roedeltje staan wachten tot het verdwaalde hondje is opgespoord. “Oscar! Oscar! Oscar!”roept het meisje onophoudelijk. Na enige tijd zie ik het gevlekte beestje aan komen kruipen. Zijn eigenaar heeft nog niets in de gaten. Pas als Oscar plat op zijn buikje voor hem ligt, merkt hij op dat zijn hond is teruggekeerd.

Het hondje wordt aangelijnd. Net als ik iets aardigs wil gaan zeggen, in de trant van : “Gelukkig, die is er weer!”, zie ik dat Oscar door zijn baas aan één van zijn oortjes zeker een meter van de grond getrokken wordt en daar even hulpeloos blijft hangen.

Ik voel mijn lichaamstemperatuur in no time het kookpunt bereiken. “Niet doen, niet doen!” roep ik. “Mag ik een tip geven?” vraag ik vervolgens, als ik naar de man toe wil lopen om hem uit te leggen dat het niet verstandig is een hond die braaf is gekomen alsnog te straffen.

Mijn stap voorwaarts wordt door Raisa opgevat als toestemming om vrolijk op het hondje toe te huppelen. Het gestresste beestje ziet haar komen, rukt zich los uit zijn riempje en vliegt er opnieuw vandoor. De man stapt er boos achteraan en bij het passeren van Raisa, die verbaasd het opnieuw gevluchte hondje nakijkt, haalt hij flink naar haar uit. Het leer van zijn hondenriem kletst over haar rug. Nu slaan bij mij de stoppen door. “Hee!!” roep ik, “Blijf jij van mijn hond af, ze deed helemaal niets verkeerd!”. De man blijft staan. Ik ben nog niet met hem klaar. “Jij hebt mijn hond niet te slaan!!” schreeuw ik hem toe. “Het is al erg genoeg dat je je eigen hond aan zijn oren trekt; van mijn hond blijf je af!” “Hebben we dat afgesproken?” ga ik verder. De schooljuf in mij is wakker geworden. “Wacht maar ’s even” antwoordt de man en haalt zijn mobieltje uit zijn zak. Hij begint er dreigend mee te zwaaien. Ik ben niet onder de indruk. Wie denkt hij te kunnen bellen om mij de mond te snoeren? Het bloed kolkt nog door mijn aderen en ik doe er nog een schepje bovenop. “Weet je dan helemaal niets van honden?! Kom maar eens bij mij een kopje koffie drinken, dan zal ik je eens wat over honden vertellen!” besluit ik.

Ik besef dat mijn uitnodiging, gezien de vocale sterkte, niet echt hartelijk heeft geklonken. “Bij jou zeker!” bromt de man en vervolgt zijn route, op zoek naar zijn hond.  “Oscar! Oscar!” hoor ik zijn dochtertje roepen als ik nog nabriesend de kortste weg naar huis kies, recht over de akker.

Men zegt dat een baas op den duur op de hond gaat lijken. “Zou dat in mijn geval ook opgaan?” vraag ik me af, als ik door de zware klei stap. Enkele Labradortrekjes kan ik bij mezelf wel herkennen. Maar sinds vandaag weet ik één ding zeker.

Zodra iemand mijn hond slaat verander ik in een Pitbull!