|
Een paar weken later loop ik, samen met mijn
trainingsmaatje Greet en onze jonge honden Strega en Bliss door
een ander bosgebied. Het is een grijze, vochtige dag; de bomen hebben
inmiddels kale takken en de paden zijn verscholen onder een dik
pak natte bladeren. We hebben net wat korte apportjes en een verloren
zoekje gedaan en zijn nu op weg naar een lokatie waar we het
markeren kunnen gaan oefenen. Plotseling komt er een Pitbull-achtige hond (waarschijnlijk een American Staffordshire Terriër) de hoek om scheuren die onmiddellijk tot de aanval overgaat. Voor we ons realiseren wat er gebeurt heeft hij zich grauwend en grommend op Bliss gestort. Ik hoor haar gillen. Ik realiseer me dat dit wel eens heel dramatisch kan gaan aflopen en met kracht probeer ik de aanvaller weg te schoppen. Een paar flinke peuten tegen zijn ribben doen hem tenslotte loslaten. Bliss kruipt achter me. De vechtjas kijkt me aan en uit angst dat er een nieuwe aanval zal volgen deel ik nog een knal uit. Een voltreffer tegen zijn kop en een gebruld “Opdonderen!” doen de hond terugdeinzen. Ik zie bloed. Bijna wil ik de hond nog een dreun verkopen als de eigenaar verschijnt. Tot mijn verbazing lijnt hij kalm zijn hond aan en loopt een stukje door, om hem vervolgens zorgvuldig te inspecteren. Greet drukt mij haar lijntje in de hand en laat me hijgend en ontdaan achter, terwijl ze een praatje aanknoop met de eigenaar van de vechtersbaas. Ze staan gebogen over de hond en ik zie uit de verte dat ze de kop van de hond aan een onderzoek onderwerpen. “Zou ik hem verwond hebben?” schiet het door me heen. Ik knoop de lijntjes van Strega en Bliss aan een paal vast en loop in de richting van de gewonde hond.Bij aankomst zie ik tot mijn schrik dat hals en kop van de “Pitt-bull”aan één kant gezwollen zijn. Maar dan zie ik de drain die met een flinke knoop en hechtingen is vastgemaakt in de huid. Het bloed dat ik tijdens het strijdgewoel heb gezien, blijkt een bloederig en pussig uitvloeisel te zijn dat uit de drain sijpelt, en tot mijn opluchting besef ik dat dit dus niet het gevolg kan zijn van mijn agressie. Greet geeft instructies hoe de wond verzorgd moet worden en maant de eigenaar de hond voortaan aangelijnd uit te laten. Ik maak verontschuldigingen voor het feit dat ik de hond geschopt heb. “Normaal doe ik dat echt nooit” verklaar ik. “Ik was zo bang dat mijn hond verscheurd zou worden”. De baas van de gehavende hond haalt zijn schouders op. “Geeft niks, hij kan wel wat hebben!”zegt hij en vertrekt.We lopen terug naar onze hondjes. Vluchtig bekijk ik Bliss en kan zo gauw geen verwondingen ontdekken. We zetten de training voort, maar het lukt me niet meer mijn gedachten bij de les te houden. Steeds zie ik het gevecht voor me, de bloederige kop van de aanvaller en voel ik een weerzin wanneer ik aan mijn eigen gedrag terugdenk. Ik, die zo’n afkeer heb van geweld en woedend word van verontwaardiging als iemand mijn hondje een klap verkoopt, heb veelvuldig op een hond staan inhakken! Thuis gekomen voel ik me nog steeds ellendig. Als Bliss voor mij uit het huis inloopt, zie ik plotseling een rood streepje ter hoogte van haar elleboog. Als ik haar beter onderzoek, zie ik dat er een snijwond van zo’n anderhalve centimeter aanwezig is. “Dus toch! Je gilde niet voor niets” zeg ik tegen Bliss en toets het nummer van de dierenarts in.Ik kan pas tegen het einde van de middag komen, hoor ik van de assistente, wanneer ik mijn verhaal verteld heb. Als ik een paar uur later bij de dierenarts op de stoep sta, verkeer ik nog in de veronderstelling dat Bliss en ik met een simpel hechtinkje weer snel naar huis zullen kunnen. De dierenarts helpt mij uit de droom nadat ze Bliss zorvuldig heeft onderzocht. De wond is klein, maar heel erg diep en ze ziet zich genoodzaakt tot een operatie over te gaan om vast te kunnen stellen of het gewrichtskapsel beschadigd is. Als dit het geval is, loopt Bliss de kans een gewrichtsontsteking te ontwikkelen met mogelijk blijvende gevolgen voor haar ellebooggewricht. Even later ligt Bliss diep in slaap op de operatietafel. Ik mag meekijken. Helaas, de angstige vermoedens van de dierenarts komen uit. Als de wond verder is opengesneden zien we duidelijk het gehavende weefsel van het gewrichtskapsel liggen. Er wordt een drain geplaatst, er wordt gehecht…………Die avond ligt Bliss zielig met een stevig ingepakte poot op haar kleedje in de kamer. Mijn schuldgevoelens ten opzichte van de “Pitbull” zijn verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor een boos gevoel naar de eigenaar van deze vechthond.
"zielige" Bliss Hoe vaak zal deze hond eerder gevochten hebben? Die drain zat natuurlijk niet voor niets in zijn kop………..Hoeveel slachtoffers zullen er nog volgen? Ik besluit de politie te bellen. Ik krijg te horen dat het niet mogelijk is om aangifte te doen van dit incident. Ik bel vervolgens de dierenbescherming. Mij wordt verteld dat aangifte wel degelijk mogelijk is! De volgende dag sta ik op het bureau. De agente achter de balie wil mij niet helpen. “U kunt geen aangifte doen” probeert ze mij te vertellen. “Ik sta erop!”zeg ik. “Het is onmogelijk!” krijg ik als antwoord. “Dan wil ik de korpschef spreken!” zeg ik. “Dan moet u naar Meppel!”is het antwoord. “Dan ga ik naar Meppel!” zeg ik. Plotseling blijken er toch mogelijkheden te zijn. Een andere agent verschijnt. “Ze staat erop!” hoor ik fluisteren. Ik mag verder komen en mijn verhaal vertellen. Op een kladje wordt mijn relaas genotuleerd. Ik vraag mij af of het inmiddels in een dossiermap of in de prullenbak verdwenen is.Bliss is weer vrolijk. Blij springend botst ze met de “lampekap”die ze om haar kop heeft, tegen alles en iedereen op. De voorgeschreven antibiotica en pijnstillers, die ik in stukjes worst verstop, ziet ze als een bijzondere tractatie. Ik hoop het beste voor haar. De Pitbull, hoe zou het met hem zijn? Zou hij thuis tevreden op zijn kleedje liggen of zou hij misschien opnieuw op oorlogspad zijn?Een hondengevecht…….ik hoop het nooit meer mee te maken! |